4.0 Inleiding

In deze bijlage hebben wij conform uw verzoek de resultaten van de door ons ingestelde drie stuurgroepen, met als opdracht om ombuigingsmogelijkheden in kaart te brengen ten behoeve van onze integrale MPB-afweging, opgenomen. De resultaten van de stuurgroep Zorg treft u aan onder punt 4.1, van de stuurgroep Werk en Inkomen onder 4.2 en van de stuurgroep Algemene Dienst onder 4.3.
Elk van deze onderdelen start met een samenvattend financieel overzicht van de aan ons voorgelegde ombuigingsmogelijkheden. Daaronder treft u het overzicht aan van de door ons ingeboekte ombuigingsmogelijkheden. Daarna volgen de inhoudelijke toelichtingen.

Wij hebben een deel van de aan ons voorgelegde ombuigingsmogelijkheden ingeboekt, voor zover ze voldoen aan de volgende criteria:

  • maatregelen die weinig tot geen nadelige beleidsmatige of maatschappelijke effecten hebben;
  • maatregelen die onder gunstiger financiële omstandigheden in de toekomst omkeerbaar zijn.

Een deel van de aan ons voorgelegde ombuigingsmogelijkheden voldoet niet aan deze criteria en zijn om die reden door ons niet benut. Een ander deel voldoet echter wél aan deze criteria, maar wij hebben er bewust voor gekozen om die thans niet in te boeken. Die hebben onder meer betrekking op de mogelijkheden tot opheffing van (kapitaallasten)reserves, zoals door de stuurgroep Algemene Dienst aangereikt. We hebben er voor gekozen om die mogelijkheden wel nadrukkelijk in het oog te houden, maar pas in te boeken indien mocht blijken dat we er in 2016 niet in slagen om de uitgaven voor het zorgdomein en voor het domein inkomensvoorziening en participatie, binnen de in deze MPB aangegeven kaders te begrenzen. Ze liggen als het ware op de plank en zullen door ons worden ingeboekt als hiertoe de noodzaak zich aandient. Op die wijze wordt voorzien in een extra terugvaloptie voor het opvangen van risico’s.

4.1 Stuurgroep Zorg

Door stuurgroep Zorg aangedragen ombuigingsmogelijkheden

(bedragen in duizenden euro's)

Nr

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

1

Algemene voorzieningen WMO & Jeugdhulp, Stofkam

- Stelpost WMO en budget monitoring

560

560

560

560

- Stofkam WMO- subsidies (1e en 2e fase)

360

460

530

530

- Stofkam subsidies Jeugdhulp

0

50

100

195

2

Onderwijsbudgetten

- Budget wet OKE (voorschoolse opvang)

95

95

95

95

- Lokaal ontwikkelingsbudget (o.m. onderwijs zieke kinderen)

25

25

25

25

3

Mantelzorg

- Afschaffen collectieve ondersteuning mantelzorg

0

350

350

350

- Geheel afschaffen individuele waardering via mantelzorgcompliment

500

500

500

500

4

Huishoudelijke hulp

- Verlagen budgetten huishoudelijke hulp

0

0

0

0

5

Woningaanpassing

- Verlagen budget woningaanpassingen

375

375

375

375

6

Vervoer

- variant 1: voordeel aanbesteding geheel inboeken

200

500

500

500

- variant 2: voordeel aanbesteding deels inzetten voor beleidswijziging

200

200

200

200

Totaal (incl. variant 1 ad 6)

2.115

2.915

3.035

3.130

Totaal (incl. variant 2 ad 6)

2.115

2.615

2.735

2.830

Door het college overgenomen ombuigingsmogelijkheden van stuurgroep Zorg

(bedragen in duizenden euro's)

Nr

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

1

Algemene voorzieningen WMO & Jeugdhulp, Stofkam

- Stelpost WMO en budget monitoring

560

560

560

560

5

Woningaanpassing

- Verlagen budget woningaanpassingen

375

375

375

375

Totaal

935

935

935

935

Toelichting op de ombuigingsmogelijkheden van Stuurgroep Zorg

1. Algemene voorzieningen WMO & Jeugdhulp, Stofkam subsidies

Omschrijving
Dit bezuinigingsvoorstel voorstel betreft een tweetal deelvoorstellen:

  • verlagen Stelposten WMO en Monitoring & Innovatie
  • stofkam door de subsidies voor algemene voorzieningen WMO en Jeugd

Voorstel A. Verlagen Stelposten WMO en Monitoring & Innovatie
De begroting voor de Wmo kent twee posten met een zekere bestedingsruimte. De eerste is de zogenaamde “Stelpost Wmo”. Doel van deze stelpost is om eventuele fouten in de bestedingen, eventueel verloren bezwaarzaken en eventuele gerechtvaardigde overschrijdingen te dekken. De besteding van deze stelpost ligt daarmee in het logische juridische verlengde van de subsidiebeschikkingen. Het wordt verantwoord geacht om een deel van deze stelpost af te romen ter dekking van tekorten.
De tweede post “Monitoring en innovatie” dient om de kosten van monitoring te dekken en eventuele innovatieve initiatieven te ondersteunen. Ten behoeve van dit laatste is 3 ton van het maatwerkbudget overgeheveld naar deze begrotingspost. Het voorstel is om dit, gezien de financiële situatie, terug te draaien. Daarmee dient deze begrotingspost dient enkel nog ter dekking van kosten voor monitoring.

Maatschappelijk effecten van verlaging van de Stelposten WMO en Monitoring & Innovatie
Gevolg van deze budgetoverhevelingen is dat we een zeker financieel risico lopen bij bezwaarzaken. Daarnaast verliest het college aan bewegingsruimte t.a.v. innovatieve initiatieven – die we juist hard nodig hebben. Dit hoeft geen probleem te zijn als we de beschikbare subsidieregeling hierop toespitsen. De huidige regeling is hier nog niet helemaal toereikend voor en daarom zullen we met aanpassingsvoorstellen komen.

Voorstel B. Stofkam door subsidies voor algemene voorzieningen Wmo en jeugdzorg
Het tweede voorstel heeft betrekking op verlaging van subsidies voor algemene voorzieningen WMO en Jeugdzorg. Op basis van een kritische analyse is in 2 stappen bezien wat de mogelijkheden zijn de subsidies te verlagen zonder dat dit ingrijpende consequenties heeft. Het college heeft eerder al een besluit genomen over Kasschuif WMO en vervolgens heeft de stuurgroep Zorg de verleende beschikkingen WMO en Jeugdzorg opnieuw kritisch bekeken aan de hand van de volgende criteria:

  1. Zitten er dubbelingen in de subsidieregeling?
  2. Draagt de gesubsidieerde instelling expliciet bij aan de doelstelling van de Wmo?

Stofkam door subsidies voor algemene voorzieningen WMO
In een besluit over de subsidieregeling voor algemene voorzieningen heeft het college al besloten tot de volgende bezuinigingen op de WMO: € 210.000 MEE en € 150.000 Iriszorg.
Totaal: € 360.000

Een nieuwe kritische analyse door de stuurgroep Zorg aan de hand van de genoemde criteria maakte duidelijk dat in eerdere bezuinigingsrondes al veel kaf van het koren hebben gescheiden. Voor relatief kleine bedragen zijn nog mogelijke herschikkingen te vinden. Concreet gaat het hierbij om de volgende bezuinigingsopties.

Ontmoeting, F1:

  • Tuinen van Zuidbroek, Kristal en Stadsakkers dubbelen voor een bedrag van € 50.000,- (nog niet uitgegeven vanwege vertraging / onzekerheid Tuinen van Zuidbroek).

Cliëntondersteuning, F3:

  • De Buurtcoöperatie Zuid en Stimenz dubbelen in stadsdeel zuid v.w.b. cliëntondersteuning voor geschat € 50.000. Let op, vertekend beeld. Stimenz zal waarschijnlijk haar formatie inzetten elders of anders (faciliteren burgerinitiatieven) in de stad zodat de dubbeling zich in feite niet of minder voordoet. Ook zijn het deels appels en peren: Stimenz levert een ander kwaliteitsniveau. “Technisch” geredeneerd heeft de Buurtcoöperatie een eenmalige subsidie ontvangen.
  • F3: Bij cliëntondersteuning is voor het eerst ook aangevraagd door meerdere instellingen(met samenwerking), mogelijk zit hier een kleine dubbeling voor geschat € 50.000.
  • mogelijk dubbelt Art blanche met Ontmoeten, geschat op € 10.000; efficiency Op stapwoningen nieuwe stijl, geschat op € 10.000;

Mantelzorgondersteuning, F6:

  • Hiervoor is een apart format ingevuld, bezuiniging is mogelijk.

Totaal: € 170.000

Stofkam door subsidies voor algemene voorzieningen Jeugdzorg
Ook de subsidies Jeugdhulp heeft de stuurgroep Zorg langs de twee criteria gelegd, met het volgende resultaat.

  • Subsidies Scouting. Geen hard causaal verband met doelstelling preventieve jeugdhulp. Totaal gaat het om ruim € 25.000. In een paar jaar afbouwen naar € 0;
  • De subsidie aan Real-X geen hard causaal verband met doelstelling preventieve jeugdhulp Totaal gaat het om een kleine € 140.000 (inclusief huisvesting). In een paar jaar afbouwen naar € 0;
  • Premie op actie: Geen hard causaal verband met doelstelling preventieve jeugdhulp. Totaal gaat het om Premie op actie € 30.000. In een paar jaar afbouwen naar € 0;

Totaal: € 195.000

Maatschappelijke effecten van de stofkam door de subsidies algemene voorzieningen:
De analyse maakt zichtbaar dat een deel van de bezuinigingsmogelijkheden die wij zien bij deze subsidiestromen maatschappelijk en politiek gevoelig liggen. Enige tot grote ongerustheid ligt dan ook in de verwachting. Maatschappelijke effecten in de betekenis van kwaliteit van zorg zijn relatief gering.

Voor wat betreft de 20%-schuif. Alles wat in de “stofkam” zit maakt in principe ook deel uit van deze schuif. Onze verwachting is dat het financiële verhaal te begrijpen is, maar het verkleinen van investeringen aan de “voorkant” niet. Onze analyse maakt zichtbaar dat de grootste besparingen zullen worden gevonden in het sluiten van ontmoetingsplekken en het vergaand bezuinigen op cliëntondersteuning. Hiermee worden feitelijk de mensen getroffen die de hulp nodig hebben bij het zoeken naar zorg en ondersteuning.

2. Onderwijsbudgetten

Omschrijving
Er zijn twee onderwijsbudgetten aangewezen, met de vraag is om meer inzicht te geven in de beïnvloedingsmogelijkheden (halvering van budgetten). Het gaat om het budget van de wet OKE (€ 193.000) en het lokaal Onderwijsbudget (€ 50.000).

Het eerstgenoemde budget dient ter bestrijding van onderwijsachterstanden in de voorschoolse fase door het bekostigen van voorscholen, die ervoor zorgen dat kinderen van 4 jaar zonder taalachterstand en zonder ernstige gedragsproblematiek de basisschool instromen. De gemeente heeft de wettelijke verplichting voldoende plaatsen aan te bieden in voorscholen (m.n. peuterspeelzalen met een voorschools educatief programma). Het eerdere budget (€ 309.000) is in 2014 teruggebracht tot € 193.000. Het betreft een gemeentelijk budget en de gemeente is gerechtigd dit budget te verlagen. Wel moet rekening er worden gehouden met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, met name omdat er medewerkers in dienst zijn bij de door ons in dit kader gesubsidieerde organisaties.

Uit het lokaal ontwikkelingsbudget worden het onderwijs aan langdurige zieke kinderen, Veilig Honk, GGD-vertrouwenspersoon, en de week van de techniek ondersteund. Recent is met de betrokken wethouders afgesproken dat er € 20.000 bijgedragen wordt in de kosten van maatschappelijke stage. Voor dit budget gelden geen kaders.
Maatschappelijke effecten van verlaging van deze onderwijsbudgetten
Halvering van het budget van de wet OKE betekent dat twee voorscholen moeten sluiten. Dat betekent dat wachtlijsten groeien en pedagogisch medewerkers ontslagen moeten worden. Er zijn met de voorschoolorganisaties verplichtingen aangegaan, die niet in een jaar teruggedraaid kunnen worden. Tevens betekent halvering dat de gemeente niet meer in het wettelijk minimale aanbod aan plaatsen voor doelgroepkinderen kan voorzien en na de monitoring door de onderwijsinspecteur van de minister een aanwijzing in het kader van taakverwaarlozing verwacht mag worden. Ook kan de minister onderdelen van de bestuursafspraak opzeggen en financiële middelen terugvorderen. Het zijn kinderen uit kansarme gezinnen met een laag opleidingsniveau en lage inkomens en waar het thuismilieu gekenmerkt wordt door taalarmoede en laaggeletterdheid.
Halvering van het lokaal onderwijsbudget betekent dat bij maatschappelijke stage de makelaarsfunctie wordt opgeheven en kinderen niet meer worden bemiddeld voor vrijwilligerswerk. De vrijwilligers van de SOZKA (zieke kinderen) zullen hun minimale administratieve kosten niet langer vergoed krijgen (jaarlijks € 5.000) en vermoedelijk gedwongen zien hun werkzaamheden te beëindigen. Kinderen lopen daarmee achterstanden op.
Bij Veilig Honk (€ 1.500) worden leerlingen, die op grote afstand wonen van de school, niet langer geholpen in noodsituaties door vrijwilligers. De vertrouwenspersoon wordt ingeschakeld voor leerlingen die zich seksueel geïntimideerd voelen. Bij de techniek, die door de gemeente in allerlei andere sectoren van beleid gepromoot wordt, wordt aan de organisatie van de promotieweek niet langer bijgedragen.

3. Mantelzorg

Omschrijving
De bestemming van het budget ten behoeve van mantelzorgwaardering (het voormalige mantelzorgcompliment) en het effect van een halvering of beëindiging is in beeld gebracht. De budgetten voor Mantelzorg voor 2015 en 2016 worden in onderstaande tabel weergegeven.

Budgetten Mantelzorg

2015

2016

Rijksuitkering

€ 700.000

€ 850.000

Inzet middelen t.b.v. Algemene Voorzieningen
(collectieve ondersteuning)

€ 271.141

€ 350.000

Inzet middelen t.b.v. individuele waardering mantelzorgers (individuele cadeaubonnen € 50)

€ 428.859

€ 500.000

Het budget voor Mantelzorg wordt besteed aan collectieve ondersteuning van mantelzorgers en het individueel waarderen van mantelzorgers via een cadeaubon van € 50. Dit najaar zal blijken hoeveel mantelzorgers gebruik gaan maken van deze regeling. Per 2015 is het landelijke mantelzorgcompliment[1] gestopt. Door de hervorming van de langdurige zorg verdwijnen de oude indicatievormen en daarmee ook de grondslag voor het compliment. Cliënten die hun mantelzorgers willen waarderen worden verwezen naar de gemeente. In de Wmo 2015 is vastgelegd dat gemeenten vanaf 2015 in de Verordening maatschappelijke ondersteuning bepalen op welke wijze het college zorg draagt voor een jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers in hun gemeenten (art. 2.1.6).
In het bestuursakkoord ‘Door!’ heeft het college hierover het volgende vastgelegd:
Het geld dat de gemeente vanaf 2015 van het rijk krijgt vanuit het budget voor het mantelzorgcompliment wordt volledig ingezet voor het ondersteunen en ontlasten van mantelzorgers.”

De gemeenteraad kan er bij nader inzien voor kiezen een andere beleidslijn in te zetten en te bezuinigen op de budgetten voor Mantelzorg.

Maatschappelijke effecten verlagen budgetten Mantelzorg
Collectieve ondersteuning: in de nabije toekomst zal een grotere druk op mantelzorgers ontstaan, omdat mensen met een ondersteuningsvraag door de extramuralisering steeds langer thuis zullen blijven wonen. De inzet van deze nieuwe middelen voor collectieve ondersteuning van mantelzorgers zorgt dat er (kwalitatief en kwantitatief) meer geïnvesteerd kan worden in ondersteuning van Apeldoornse mantelzorgers, waardoor overbelasting mogelijk voorkomen kan worden. Bezuinigingen op dit budget leiden ertoe dat we minder vormen van mantelzorg-ondersteuning kunnen financieren en daarmee minder investeren in de preventie van overbelasting van mantelzorgers.

Individuele waardering: een individuele waardering aan mantelzorgers leidt niet direct tot minder overbelasting van mantelzorgers of dient als oplossing voor eventuele financiële nadelen die mantelzorgers als gevolg van het uitoefenen van hun zorgtaken ondervinden. Daarnaast organiseert De Kap met behulp van subsidie een jaarlijkse Dag van de Mantelzorger, wat als collectieve vorm van waardering kan worden opgevat. Hiermee voldoet het college aan art. 2.1.6 van de Wmo. Het schrappen van de individuele waardering heeft daarmee niet direct maatschappelijke effecten.
Het mantelzorgcompliment leeft echter wel onder mantelzorgers en hun naasten. De gemeente heeft tientallen telefoontjes gekregen met vragen over de toekomst van het compliment. Velen lijken grote waarde te hechten aan een individuele geldelijke bijdrage. Het lijkt daarbij vooral te gaan om de erkenning en gevoelde waardering voor het werk dat mantelzorgers verrichten. 100% bezuinigen op deze middelen zal maatschappelijk gezien dan ook zeer gevoelig liggen.
Het college heeft echter de mogelijkheid om de € 500.00o die nu gereserveerd is voor de individuele waardering te verlagen met een nader te bepalen percentage. Er is voor 2016 namelijk nog geen regeling voor de waardering van individuele mantelzorgers vastgesteld.

N.B.
Mocht ons college in november het subsidieplafond voor mantelzorgondersteuning op 80% vaststellen (i.e. het plafond verlagen van € 880.000 naar € 704.000, dan betekent dit dat € 176.000 overgaat naar maatwerkvoorzieningen. Dit is feitelijk geen bezuiniging. Wel is de inzet van deze middelen aan maatwerkvoorzieningen minder duidelijk te koppelen aan ondersteuning van mantelzorgers, zoals het college in het bestuursakkoord beloofd heeft.

4. Woningaanpassingen

Omschrijving
Gemeenten moeten ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen, eventueel met behulp van een aanpassing aan de woning. Er wordt een afweging gemaakt tussen verhuizen en het aanpassen van de woning. Dat hangt in eerste instantie af van de kosten van de benodigde aanpassing. Zijn de kosten lager dan de vergoeding die staat voor verhuizen en herinrichting, dan blijft deze afweging achterwege.
Sinds een aantal jaren is er sprake van een overschot op de begroting van woningaanpassingen. Belangrijkste reden hiervoor is het beleid dat al langer gericht is op het bewust maken van ouderen om zelf tijdig in oplossingen te voorzien die het wonen veiliger en makkelijk maken. Daarnaast heeft het actualiseren van de lijst met woonvoorzieningen die algemeen gebruikelijk zijn in 2011 geleid tot minder vraag. Om die reden doet de stuurgroep Zorg het voorstel dit budget structureel met een bedrag van € 375.000 te verlagen.

Maatschappelijke effecten verlagen budget Woningaanpassing
Ondanks de verwachting dat vanwege de vergrijzing en beleid gericht op extramuralisering het beroep op de Wmo zal toenemen, denken wij dat er structureel € 375.000 op dit product kan worden bezuinigd. We verwachten dat een deel van de cliënten die nu onder de Wet Langdurige Zorg valt, er – indien mogelijk- voor kiest om toch onder de Wmo te vallen, met bijkomende benodigde beroep op woningaanpassingen van de gemeente tot gevolg. Het grotere beroep op het budget is op dit moment nog niet terug te zien. Dit heeft ook te maken met het feit dat de meeste klanten op dit moment in een overgangsregeling vanuit de AWBZ zitten. Indien blijkt dat het beroep op de Wmo voor woningaanpassing toeneemt dan zal het college tijdig voorstellen om het beschikbare budget weer naar boven bij te stellen.

5. Huishoudelijke hulp
De stuurgroep heeft vastgesteld dat zij met ingang van het jaar 2016 geen mogelijkheden ziet verder te bezuinigen op de budgetten voor Huishoudelijke hulp. Het jaar 2015 zal naar verwachting het laatste jaar zijn waarin sprake is van een substantieel voordeel op dit budget.

6. Vervoer

Omschrijving
Nieuwe aanbesteding van het regiovervoer levert mogelijk in stappen een voordeel op van naar verwachting € 550.000. Tegelijkertijd hanteert Apeldoorn als enige gemeente in de regio de gemeentegrens voor het vervoergebied. Aanpassing van het vervoergebied kost ons structureel € 300.000. Het jaar 2017 is een logisch moment voor deze aanpassing. Afhankelijk van de bestuurlijke keuze om al dan niet tot aanpassing hiervan over te gaan, onderscheidt de stuurgroep  een tweetal bezuinigingsvarianten.

Variant 1: Regiotaxi, vraagafhankelijk Wmo-vervoer (volledig aanbestedingsvoordeel)
We verwachten naar de huidige inzichten een oplopend voordeel op het regiovervoer als gevolg van de nieuwe aanbesteding en wel om de volgende redenen:

  • Dalende volumes doordat een groter beroep wordt gedaan op de eigen kracht en zelfredzaamheid;
  • Het terugdringen van oneigenlijk gebruik. Minder intra- en extramuraal vervoer naar bijvoorbeeld dagbesteding in Regiotaxi;
  • Lagere prijzen als gevolg van de nieuwe aanbesteding.

Omdat we in 2016 nog te maken hebben met incidentele kosten, bedraagt het voordeel in 2016 naar verwachting € 200.000. Vanaf 2017 ramen we een structureel voordeel van € 500.000.

Variant 2: Aanbestedingsvoordeel en aanpassen grenzen vervoergebied Apeldoorn
In deze variant dekken we uit het aanbestedingsvoordeel van Regiotaxi de kosten van een aanpassing van het vervoersgebied.
Raming structurele kosten aanpassing vervoergebied € 300.000. Mogelijk logisch moment voor het aanpassen van het vervoergebied: 1 januari 2017 (start vervoercentrale). Daarmee is er bij de keuze voor deze variant sprake van een structureel voordeel van € 200.000 vanaf 2017.

Maatschappelijke effect inboeken aanbestedingsvoordeel en aanpassen grenzen vervoergebied
Het inboeken van het voorziene aanbestedingsvoordeel heeft in principe geen maatschappelijk effect. Wel is het voordeel op dit moment nog onzeker en spelen er rond die aanbesteding nog de volgende risico’s:

  • als gevolg van de nieuwe aanbesteding per 1 januari 2017 kan de prijs van het vervoer stijgen;
  • het realiseren van de publieke Vervoercentrale (beheer- en regietaken) is duurder dan verwacht of de implementatie- en opstartkosten zijn hoger dan verwacht. Huidige aanname: kosten Vervoercentrale bedragen circa 15% van de vervoerskosten;
  • Reizigers, die hier toe in staat zijn, worden nog meer gestimuleerd om eigen vervoersalternatieven te vinden en het OV meer dan nu te benutten;
  • Het is mogelijk dat de vervoerkosten van deze reizigers hierdoor toenemen.

Apeldoorn hanteert als enige gemeente in de regio de gemeentegrens. De Wmo spreekt over lokale verplaatsingen. Uit jurisprudentie blijkt dat het college hieronder een afstand van 15 tot 20 kilometer vanaf de woning mag verstaan. Het hanteren van de gemeentegrenzen kan in individuele gevallen een inperking betekenen. We verwachten dat het hanteren van de gemeentegrens in bepaalde individuele gevallen (bijvoorbeeld wanneer een cliënt aan de rand van de gemeente woont) juridisch niet houdbaar is. In deze gevallen wordt een maatwerkoplossing  geboden in de vorm van een financiële tegemoetkoming. Overigens is het huidige vervoergebied (gemeentegrens) groot. Een aanpassing betekent ook dat er reizigers zijn die juist meer moeten gaan betalen voor bepaalde ritten.

4.2 Stuurgroep Werk en Inkomen

Door Stuurgroep Werk en Inkomen aangedragen ombuigingsmogelijkheden

(bedragen in duizenden euro's)

Nr

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

1

Meeneemregeling participatiebudget

500

2

Kinderopvang

- variant bezuiniging € 50.000

50

50

50

50

- variant bezuiniging € 75.000

75

75

75

75

3

Minimabeleid

340

340

340

340

Totaal (incl. variant bezuiniging kinderopvang € 50.000)

890

390

390

390

Totaal (incl. variant bezuiniging kinderopvang € 75.000)

915

415

415

415

Door het college overgenomen ombuigingsmogelijkheden van stuurgroep Werk en Inkomen

(bedragen in duizenden euro's)

Nr

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

1

Meeneemregeling participatiebudget

500

2

Kinderopvang

- variant bezuiniging € 50.000

50

50

50

50

Totaal

550

50

50

50

Toelichting op de ombuigingsmogelijkheden van Stuurgroep Werk en Inkomen

1 Meeneemregeling Participatiebudget
Jaarlijks mocht de gemeente maximaal 25% van het participatiebudget meenemen naar het jaar opvolgend. De afgelopen jaren is hier gebruik van gemaakt. Dit budget was niet vrij besteedbaar maar moest op cliëntniveau worden verantwoord tov het rijk. Een belangrijke argumentatie (ook van het Rijk) voor deze meeneemregeling was dat veel re-integratieverplichtingen niet stoppen aan het einde van het jaar, maar doorlopen naar het opvolgende jaar. Indien het Rijk het participatiebudget aanzienlijk zou verminderen, dan kan hiermee de doorlopende verplichtingen worden voldaan.
Sinds 2015 (invoering Participatiewet) is er sprake van een andere regelgeving. Besteding is aan de gemeente evenals de toepassing van een meeneemregeling.
In de begroting 2015 is nog uitgegaan van de oude regeling. Dit betekent dat er circa 1 miljoen is meegenomen vanuit 2014.
Voor 2016 zal een balanspost vanuit 2015 worden opgevoerd ter hoogte van € 1 mln.
Gezien het beperkte risico van het in één keer afbouwen van het re-integratiebudget is het mogelijk de meeneem-regeling te halveren tot maximaal € 0,5 mln.
Het is niet verstandig het meeneembudget volledig te saneren, gezien de doorlopende verplichtingen en het nog onzekere beeld t.a.v. de re-integratie kosten voor de nieuwe doelgroep (met een beperking).

2 Kinderopvang
In het verleden was er sprake van een aanzienlijke overbesteding op het budget kinderopvangregeling. Aansluitend is de regeling hieromtrent aangepast wat heeft geleid tot een teruggang in de uitgaven. Het begrote budget voor 2016 is € 250.000 .
De huidige uitvoering van de kinderopvangregeling leidt nu tot een overschot van circa € 80.000. Ook vorig jaar was er sprake van een overschot tot dit bedrag.
Een bezuiniging van € 50.000 tot € 75.000 is reëel. Dit gaat uit van bestaand beleid. Nieuw beleid zou kunnen leiden tot een verhoging van deze uitgaven.

3 Minimabeleid
In 2015 is er met een nieuwe kaderstelling Sociaal Vangnet ingegaan. De inzet van Klijnsma-middelen zijn daarbij onderwerp van gesprek geweest. Zoals het zich nu laat aanzien zijn de “Klijnsma” middelen nodig om het Sociaal Vangnet te financieren, waarbij de kosten bijzondere bijstand in verband met toename beschermingsbewind en de toename huisvesting van asielgerechtigden belangrijke factoren zijn.
Hierbij moet wel worden opgemerkt dat het budget van het Sociaal vangnet naar verwachting over 2016 al fors onder druk staat en ontoereikend zal zijn, onder andere als gevolg van de te verwachten toename van het gebruik van de collectieve ziektekostenverzekering.
De raad heeft vorig jaar aangegeven iets extra’s te willen doen voor kinderen, waardoor de waarde van de strippenkaart is verhoogd van 46 naar 63 euro en de kidskaart is verhoogd van 50 naar 75 euro.
Gezien de druk op het budget van het Sociaal Vangnet kan er budgettaire ruimte gecreëerd worden door de extra bijdragen voor kinderen weer ongedaan gemaakt. Dit levert respectievelijk €260.000 en €80.000 op. Samen is dit €340.000  aan ombuigingen.
Gezien de onzekerheden rondom de uitgaven ook in relatie met de decentralisatie WMO en Jeugd is een aanzienlijke structurele heroverweging van het vangnet/minimabeleid naar verwachting voor de toekomst noodzakelijk. Dit maakt dat een ad hoc bezuiniging over 2016 gezien de gevoeligheid van het onderwerp af te raden is. Als bijlage wordt de impact van ombuigingen bij het vangnet/minimabeleid op de doelgroep als bijlage bijgevoegd.

4.3 Stuurgroep Algemene Dienst

Door Stuurgroep Algemene Dienst aangedragen ombuigingsmogelijkheden

(bedragen in duizenden euro's)

Nr

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

1

Niet indexeren materiële budgetten in 2016 en 2017

260

530

530

530

2

Niet indexeren uitgaande subsidies 2017 en 2018

100

200

200

3

Niet indexeren uitgaande subsidies afzonderlijke instellingen 2017 en 2018

200

400

400

4

Besparingen onderhoudsbudgetten B&O en RL

166

166

166

166

5

Verminderen advisering OVIJ binnen afval- en milieutaken

160

160

160

6

Besparingen binnen bibliotheekwerk

100

100

100

100

7

Reserve en tarief riolering verlagen; BTW doorbelasten in afvaltarief 

930

930

930

930

8

Team Thor onder afvaltarief

265

265

265

265

9

Opheffen reserve Teuge 

986

- structureel nadeel 

-45

-45

-45

-45

10

Opheffen kapitaallastenreserve post Zuid 

3.100

- structureel nadeel 

-160

-160

-160

-160

11

Opheffen reserve woonwagenlokaties 

94

12

Vennootschapsbelasting deels onderbrengen bij het grondbedrijf

250

250

250

250

Totaal

5.946

2.496

2.796

2.796

Door het college overgenomen ombuigingsmogelijkheden van stuurgroep Algemene Dienst

(bedragen in duizenden euro's)

Nr

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

1

Niet indexeren materiële budgetten in 2016

260

260

260

260

2

Niet indexeren uitgaande subsidies 2017 

100

100

100

3

Niet indexeren uitgaande subsidies afzonderlijke instellingen 2017

200

200

200

4

Besparingen onderhoudsbudgetten B&O en RL

166

166

166

166

5

Verminderen advisering OVIJ binnen afval- en milieutaken

160

160

160

6

Besparingen binnen bibliotheekwerk

100

100

100

100

7

Reserve en tarief riolering verlagen; BTW doorbelasten in afvaltarief 

930

930

930

930

12

Vennootschapsbelasting deels onderbrengen bij het grondbedrijf

250

250

250

250

Totaal

1.706

2.166

2.166

2.166

Toelichting op de ombuigingsmogelijkheden van Stuurgroep Algemene Dienst

1 Niet indexeren materiële budgetten in 2016 en 2017
Het voorstel van de stuurgroep Algemene Dienst is om alle gemeentelijke materiële budgetten gedurende twee jaar niet te compenseren voor kostenstijgingen. Hierdoor is er uiteraard per saldo minder te besteden op deze budgetten.
Wij hebben er voor gekozen om alleen in 2016 de materiële budgetten niet te indexeren.

2 Niet indexeren uitgaande subsidies 2017 en 2018
Het voorstel is om de subsidie-ontvangers gedurende twee jaar niet te compenseren voor kostenstijgingen. Deze instellingen hebben daardoor in deze jaren minder budget te besteden. Gezien de lopende afspraken kan dit niet eerder dan in 2017 ingeboekt worden.
De subsidies die onder de WMO-afspraken vallen, zijn buiten beschouwing gelaten gezien de afzonderlijke systematiek van subsidieverstrekking. Dit geldt ook voor de subsidies Jeugd binnen het sociaal domein Jeugd.
Dit voorstel hebben wij deels overgenomen. Alleen in het jaar 2017 worden de uitgaande subsidies niet geïndexeerd.

3 Niet indexeren uitgaande subsidies afzonderlijke instellingen 2017 en 2018
Met een aantal grotere instellingen worden afzonderlijke subsidie-afspraken gemaakt (o.a. CODA, Accres, Orpheus). Ook hier is het voorstel om deze subsidie-ontvangers gedurende twee jaren niet te compenseren voor inflatie.
Ons college is ook hier van mening dat we de uitgaande subsidies alleen in 2017 niet moeten indexeren.

4 Besparingen onderhoudsbudgetten B&O en RL
Het is mogelijk om te besparen op de onderhoudsbudgetten bij de eenheden Beheer en Onderhoud en Ruimtelijke Leefomgeving (bijvoorbeeld onderhoud abri’s, gevonden voorwerpen, structurele projectbudgetten, gebruik LED-verlichting, budget bevordering verkeersdoorstroming e.d.). De consequentie is wel dat het kwaliteitsniveau van het onderhoud omlaag gaat.

5 Verminderen advisering OVIJ binnen afval- en milieutaken
Binnen de afval- en milieutaken is op het onderdeel advisering voor de OVIJ 2.300 uur in te boeken als besparing. Omdat de DVO in 2017 vernieuwd wordt, is het niet logisch om de besparing al in 2016 in te boeken. De advisering van de OVIJ zal minder uitgebreid zijn, wat mogelijk ook ten koste van de kwaliteit kan gaan. Ook gaat het ten koste van de duurzaamheidsambities.

6 Besparingen binnen bibliotheekwerk
Het betreft met name de volgende posten:

  • subsidie ICT- traject CODA
  • subsidie inzake verplaatsen filiaal Zevenhuizen
  • kosten onderzoek budgetsubsidies

Er zijn voor de genoemde posten nog geen verplichtingen aangegaan.

7 Reserve riolering en reserve huisvuilrechten: rioolrecht verlagen en BTW personeelskosten Circulus- Berkel doorbelasten in tarieven

Stand reserve riolering per 1-1-2015 is € 2,52 miljoen; maximum niet van toepassing.
Stand reserve huisvuilrechten per 1-1-2015: € 5,2 miljoen; maximum € 3,6 miljoen.

Er is een nieuw Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) in voorbereiding. Het beeld is dat er komende jaren minder vervangingen van riolering nodig zijn, maar dat er meer geïnvesteerd moet worden in afkoppelingen en natuurlijk afwaterbeheer (klimaatadaptatie). Dit najaar zal het nieuwe GRP aan de raad worden voorgelegd. Rekening houdend met alle ontwikkelingen en beleidsvoornemens verwachten we dat er financiële ruimte resteert in de reserve riolering van structureel 4% tot 7% (ca € 700.000) afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden voor klimaatadaptatie.
Het is niet eenvoudig om eenmalig geld uit de reserve te onttrekken, omdat deze in principe is opgebouwd uit de baten van rioolheffing. Het is wel mogelijk om het tarief in 2016 en daarmee de opbrengst van rioolheffing met € 700.000 te verlagen. Dit biedt compensatie ruimte om bij gelijkblijvende woonlasten het tarief voor OZB of voor afvalstoffenheffing te verhogen.
Extra verhoging van de OZB is voor u geen optie.
De tarieven voor afvalstoffenheffing zullen komende jaren licht moeten stijgen. In de tussenrapportage zal worden gemeld, dat de aanbiedingen van restafvalcontainers afnemen. De vermindering van de aanbiedingen zal niet leiden tot evenredig minder kosten. We zien dat met name door het gescheiden aanbieden van kunststof minder containers restafval worden aangeboden. Het gaat om volume, terwijl de tonnages te verwerken restafval nauwelijks afnemen. De verwerkingskosten blijven ongeveer gelijk. De opbrengst van huisvuilrechten blijft door deze ontwikkeling achter bij de raming. Het extra nadeel zal in 2016 en 2017 oplopen tot € 500.000 per jaar. We gaan uit van 31.000 minder aanbiedingen in 2016 en 62.000 in 2017.
We constateren ook dat de tarieven voor afvalstoffenheffing nog niet volledig kostendekkend zijn. In het verleden heeft de raad ervoor gekozen om de BTW over de personeelskosten van Circulus niet door te belasten in de tarieven. In principe zou dit wel kunnen. Het gaat om een bedrag van ruim € 1,1 miljoen per jaar. Anderzijds onttrekken we jaarlijks € 200.000 aan de reserve t.g.v. de AD om renteverlies als gevolg van het achteraf afrekenen te compenseren.
Door enerzijds de BTW volledig door te belasten en anderzijds de compensatie te laten vervallen, kan per saldo € 930.000 worden omgebogen t.g.v. de AD. Door deze maatregel is een  verhoging nodig van de afvaltarieven.

Woonlasten
De maatregelen huisvuilrechten en riolering beïnvloeden de tariefstelling en de woonlasten.
Hieronder hebben we uitgewerkt wat de effecten zijn voor de gemiddelde woonlast van een meerpersoonshuishouden. We hebben 3 scenario’s uitgewerkt:

  • De ontwikkeling van de woonlast bij een trendmatige tariefstijging conform de voorjaarsnota 2015;
  • De ontwikkeling van de woonlast als gevolg van de daling van de aanbiedingen van restafval;
  • De ontwikkeling van de woonlast inclusief het voorstel om enerzijds het tarief voor rioolrecht te verlagen en anderzijds de BTW over de dienstverleningskosten van Circulus- Berkel volledig door te berekenen in het tarief.

Scenario 1: Ontwikkeling woonlasten op basis van voorjaarsnota 2015.
De tarieven stijgen trendmatig conform de BBB 2016-2019/ voorjaarsnota 2015

Ontwikkeling tarieven scenario 1.

2016

2017

2018

2019

Stijging OZB

2,50%

3,00%

3,00%

3,00%

Stijging Rioolrecht

1,40%

1,00%

1,00%

1,00%

Afval vastrecht

0%

1,00%

1,00%

1,00%

Afval variabel

€ 8,11

€ 8,19

€ 8,27

€ 8,35

aantal ledigingen

10,00

10,00

10,00

10,00

Ontwikkeling woonlasten meerpersoonshuishouden scenario 1.

2015

2016

2017

2018

2019

OZB

€ 298,26

€ 305,72

€ 314,89

€ 324,33

€ 334,06

Rioolheffing

€ 143,43

€ 145,44

€ 146,89

€ 148,36

€ 149,84

Afval vastrecht

€ 166,44

€ 166,44

€ 168,12

€ 169,80

€ 171,48

Afval variabel

€ 81,10

€ 81,10

€ 81,90

€ 82,70

€ 83,50

Totaal woonlasten

€ 689,23

€ 698,69

€ 711,80

€ 725,19

€ 738,89

Procentuele stijging woonlasten

1,4%

1,9%

1,9%

1,9%

Scenario 2: Aanbiedingen restafval nemen af.
De aanbiedingen van restafval nemen in 2016 (-31.000) en 2017 (-62.000) verder af. Hierdoor zullen de tarieven van de afvalstoffenheffing stijgen.

Ontwikkeling tarieven scenario 2

2016

2017

2018

2019

Stijging OZB

2,50%

3,00%

3,00%

3,00%

Stijging Rioolrecht

1,40%

1,00%

1,00%

1,00%

Afval vastrecht

1,40%

1,40%

2,40%

2,40%

Afval variabel

1,40%

1,40%

2,40%

2,40%

Afval variabel

€ 8,22

€ 8,34

€ 8,54

€ 8,74

aantal ledigingen

9,50

9,00

9,00

9,00

Ontwikkeling woonlasten scenario 2

2015

2016

2017

2018

2019

OZB

€ 298,26

€ 305,72

€ 314,89

€ 324,33

€ 334,06

Rioolheffing

€ 143,43

€ 145,44

€ 146,89

€ 148,36

€ 149,84

Afval vastrecht

€ 166,44

€ 168,77

€ 171,13

€ 175,24

€ 179,45

Afval variabel

€ 81,10

€ 78,12

€ 75,05

€ 76,85

€ 78,69

Totaal woonlasten

€ 689,23

€ 698,05

€ 707,96

€ 724,79

€ 742,05

Procentuele stijging woonlasten

1,3%

1,4%

2,4%

2,4%

Scenario 3: Voorstel verlaging tarief rioolrecht en doorbelasting BTW Circulus- Berkel in het tarief van afvalstoffenheffing.
In dit scenario houden we rekening met minder aanbiedingen restafval.  BTW over de dienstverleningskosten van Circulus-Berkel  wordt volledig doorberekend in het tarief met correctie van verrekening kosten voorschotnota; per saldo € 930.000. Het tarief voor rioolrecht wordt verlaagd, zodat de opbrengst van rioolrecht met € 700.000 afneemt.

Ontwikkeling tarieven scenario 3

2016

2017

2018

2019

Stijging OZB BBB

2,50%

3,00%

3,00%

3,00%

Stijging Rioolrecht

-4,15%

1,00%

1,00%

1,00%

Afval vastrecht

4,70%

2,20%

2,40%

2,40%

Afval variabel

4,70%

2,20%

2,40%

2,40%

Afval variabel

€ 8,49

€ 8,68

€ 8,89

€ 9,10

aantal ledigingen

9,50

9,00

9,00

9,00

Ontwikkeling woonlasten scenario 2

2015

2016

2017

2018

2019

OZB

€ 298,26

€ 305,72

€ 314,89

€ 324,33

€ 334,06

Rioolheffing

€ 143,43

€ 137,48

€ 138,85

€ 140,24

€ 141,64

Afval vastrecht

€ 166,44

€ 174,26

€ 178,10

€ 182,37

€ 186,75

Afval variabel

€ 81,10

€ 80,67

€ 78,10

€ 79,98

€ 81,90

Totaal woonlasten

€ 689,23

€ 698,12

€ 709,94

€ 726,92

€ 744,35

Procentuele stijging woonlasten

1,3%

1,7%

2,4%

2,4%

Samenvatting/ Conclusie woonlasten.
De afname van de aanbiedingen restafval leidt in eerste instantie tot een lichte daling van de woonlast ten opzichte van de trendmatige ontwikkeling. In 2018 en 2019 zal de woonlast echter meer dan trendmatig toenemen.
De verlaging van het tarief voor rioolrecht tegelijk met verhoging van de tarieven voor afvalstoffenheffing beïnvloedt de woonlast slechts in geringe mate.

2016

2017

2018

2019

Woonlasten scenario 1

1,4%

1,9%

1,9%

1,9%

Woonlasten scenario 2

1,3%

1,4%

2,4%

2,4%

Verschil t.o.v. scenario 1

-0,1%

-0,5%

0,5%

0,5%

Woonlasten scenario 3

1,3%

1,7%

2,4%

2,4%

Verschil t.o.v. scenario 1

-0,1%

-0,2%

0,5%

0,5%


Het effect op de reserves huisvuilrechten en riolering blijft binnen de afgesproken kaders.
De reserve riolering zou zonder maatregelen op lopen van € 2,5 miljoen (1-1-2015) naar € 5,1 miljoen per 31-12-2019. De verlaging van het tarief resulteert in een reserve van € 2,1 miljoen per 31-12-2019 ( kader > € 0 en geen maximum).
De reserve huisvuilrechten zal van € 5,2 miljoen per 1-1-2015 teruglopen naar € 2,1 miljoen per 31-12-2019 (kader -/- € 600.000 en < € 3.600.000).

Om inzicht te geven van de huidige lastendruk van de gemeente Apeldoorn voegen we de vergelijking met andere Gelderse gemeenten (uit de jaarrekening 2014) toe:

Meerpersoonshuishoudens met een eigen woning van gemiddelde waarde (Coelo ‘15)

Apeldoorn

Ede

Nijmegen

Arnhem

OZB eigendom woning

289

284

444

342

Afvalstoffenheffing*

248

249

131

244

Rioolheffing

139

166

148

169

totaal

676

699

723

755

* Coelo houdt te weinig rekening met Diftar. Dit is hierboven gecorrigeerd.

8 Team Thor onder afvaltarief
De kosten van team THOR voor afvalcontrole bedragen € 320.000. Hiervan wordt nu 17,5% t.l.v. de reserve huisvuilrechten gebracht. De overige kosten, € 265.000, komen t.l.v. de Algemene Dienst (AD). Het is mogelijk om de kosten volledig t.l.v. de reserve en de afvaltarieven te brengen. Voor zover de taken specifiek zijn gericht op het toezicht en de controle van de huisvuilinzameling en verwijdering is dit mogelijk. Deze ontwikkeling kan in eerste instantie binnen de reserve worden opgevangen, maar zal in latere jaren doorwerken in de tarieven. In de scenario’s van voorstel 7 is dit effect op de tarieven van afvalstoffenheffing nog niet meegenomen.

9 Opheffen reserve Teuge
In de periode 1996- 2000 heeft de gemeente de aandelen NV Luchthaven Teuge verworven na opheffing van de GR Luchthaven Teuge (€ 1,06 miljoen). Er is toen voor gekozen om het aandelenkapitaal apart zichtbaar te maken op de balans in de vorm van een bestemmingsreserve. De rente, die aan de reserve wordt toegevoegd, wordt vervolgens ten gunste gebracht van de AD. De bestemmingsreserve kan gezien worden als een buffer om het risico van het aandeelhouderschap af te dekken.
Wij hebben afgelopen jaren de lijn ingezet om de risico’s af te dekken via de algemene reserve en de omvang van de bestemmingsreserves te beperken. Er wordt ook geen rente meer aan deze bestemmingsreserve toegevoegd, zodat de reserve geleidelijk afneemt.
De reserve bedraagt nog € 986.000 per 1-1-2015. Jaarlijks valt € 45.000 van de reserve vrij t.g.v. de algemene dienst. Voorstel is nu om deze reserve ineens vrij te laten vallen per 2016. Dit leidt tot een structureel tekort in de begroting (21 jaar) van € 45.000.
Advies: de reserve aandelenkapitaal Teuge, ad € 986.000, vrij laten vallen.

10 Opheffen kapitaallastenreserve post Zuid
Er zit € 3,1 mln in deze reserve. De reserve is gevormd uit opbrengsten van voormalige MMO/ OW- panden en dient als dekking voor een deel van de huisvestingslasten/kapitaallasten van Post Zuid (€ 160.500). In lijn met ons financieel beleid zou deze reserve kunnen vervallen. Op het moment dat de reserve vrijvalt, betekent dit een structurele last voor de AD van € 160.500, namelijk een jaarlijks tekort huisvestingslasten Post Zuid bij B&O.
Advies: de reserve kapitaallasten transformatieplan ad 3,1 miljoen in 2016 vrij laten vallen.

11 Opheffen reserve woonwagenlocaties
In deze reserve zit € 119.000  bestemd voor diverse activiteiten voor de afwikkeling De Haere.
De enige post die zeker nog gaat komen is het verplaatsen van een woonwagen en het verwijderen van een tijdelijke standplaats, geschat op € 25.000. We weten alleen niet wanneer deze kosten gemaakt gaan worden. Dit zou ook pas over enkele jaren kunnen zijn.
Advies: van de reserve € 94.000 vrij laten vallen.

12 Vennootschapsbelasting deels onderbrengen bij het grondbedrijf
Vanaf 1 januari 2016 worden overheidsondernemingen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (VPB). Dit geldt voor directe als indirecte overheidsondernemingen. Een directe overheidsonderneming is een activiteit die binnen de gemeente plaatsvindt, bijvoorbeeld het grondbedrijf, vastgoedbedrijf en het bieden van gelegenheid tot parkeren. Een indirecte overheidsonderneming heeft betrekking op een BV, NV, stichting of vereniging, waarvan de gemeente 100% aandelen of financiële en bestuurlijke zeggenschap heeft (bijvoorbeeld Accres). Door de VNG is geschat dat invoering van de VPB voor het rijk een voordeel van € 100 miljoen oplevert, waarvan € 50 miljoen afkomstig van gemeenten. Voor onze gemeente zou dat naar verhouding een nadeel van € 500.000 inhouden. In de Voorjaarsnota 2015 is € 500.000 als nadeel opgenomen ten laste van de Algemene Dienst. Vooralsnog gaan we er vanuit dat 50% ten laste van de algemene dienst komt en 50% ten laste van het Grondbedrijf. Voor de algemene dienst betekent dit een voordeel van € 250.000.
[1] Een jaarlijkse uitkering van 200 uitgekeerd door de Sociale Verzekerings Bank